Als het niet mogelijk is Flash te installeren kunt u de video bekijken via deze .

3/27/2012 (3:46pm)

KRO Uit de kast - Kelian

3/9/2012 (7:20pm)

Still, stil, it is well, wel stil.

Allemaal Bijbelteksten en uitleg met uitgebreide argumentatie. Overal meningen en discussies.We zijn er nog steeds niet. Wat moeten we met deze Bijbelse gegevens in onze tijd? Ten eerste mogen we niet uitsluiten dat wij in onze eeuw met een vorm van homofilie te maken hebben, die in de bijbeltijd nog niet bekend was.
De oudoosterse samenleving was sterk gericht op de voortplanting, de verwekking van nageslacht. Mensen trouwden jong en van huis uit, meestal nadat ze door hun ouders aan elkaar waren gekoppeld. In dit opzicht heeft zich binnen onze samenleving een ingrijpende verandering voorgedaan.

Wij geven veel meer ruimte aan de persoonlijke ontplooiing van de enkeling. Viel een homofiele relatie voor het leven nog geheel buiten het blikveld van de bijbeltijd, in onze samenleving blijkt die mogelijk te zijn. Een tweede argument is dat veel homofielen die de bijbelse gegevens beluisteren tot de conclusie komen: ” het gaat in deze teksten niet over mij, ik verlang naar een duurzame blijvende relatie. Daarover spreken deze teksten niet.
Tenslotte kan er op gewezen worden dat we de bijbelse voorschriften niet mogen toepassen met uitschakeling van onze eigen verantwoordelijkheid. We hebben ons serieus af te vragen wat de gevolgen zijn van de wijze waarop wij de Schrift gebruiken: Wordt daarmee Gods bevrijdende gerechtigheid gediend of niet?
 

Jongeren die tot de ontdekking komen dat ze homofiel zijn kunnen hierdoor in een ernstige crisis terecht komen, mede door de reacties van de omgeving, zelfs zo ernstig dat ze langs en soms zelfs over de rand van zelfmoord gaan (in 30% van zelfmoordgevallen is homofilie een van de redenen)
Als je weet dat deze dingen zo diep gaan is het soms bijzonder bizar om te merken dat er soms nog met zoveel afkeer en minachting gesproken word over homofiel geaarde mensen.

Vanuit de bijbel weten we ook dat het verlangen naar iemand om daarmee je hele leven te delen, hoogte en dieptepunten, blijdschap en verdriet, lichaam en ziel, een van de meest basale en gerechtvaardigde menselijke verlangens is. Lees in Genesis 2 vers 18-25 het verhaal over de schepping van Eva, nadat Adam een hulp tegenover zich miste.
Zelfs Adam, die dagelijks wandelde met God, voelt zich eenzaam en wordt meer mens dankzij een medemens met wie hij of zij een mag zijn. Mede dankzij de medemens die je bemint en trouw blijft, komt een mens tot zijn recht, tot groei en bloei. Zou dat voor homofielen zo heel anders liggen??

Bronnen: 
“Je weg vinden”. Werkboek christelijke levensstijl anno 2000″. van Jan Mudde, en ” een voortreffelijk werk, handreiking voor ambtsdragers. Holyfemales.nl

Stukjes Bijbelteksten, de ene zegt dit de ander dat, de ene keer lijkt die mening echt een punt te hebben en dan die andere weer. Zo duidelijk is het allemaal niet over het onderwerp homoseksualiteit. Ik leer steeds meer hoe andere mensen over mijn geaardheid denken, wat kerken er van vinden, wat God oorspronkelijk heeft bedoeld, wat andere Christen homo’s denken over relaties en vriendschappen. Ik zelf raak alleen maar in de war en wacht. Het kost me veel energie. Naast de strijd die ik met mezelf voor met mijn hoofd en mijn hart, is toch mijn ziel rustig. Nu weet ik, voel ik en besef ik wat dat lied betekend; “It is well with my soul”. Diepe rust in een wereld waar verwarring en chaos heerst, zelfs in mijn eigen lichaam. Mijn ziel is stil en wacht op God.
Gods love is the only thing that keeps me going.

2/12/2012 (6:05pm)

Het Bezoek

Hij heettte Philip, was een jaar of twintig, knap en goed gekleed, hoewel niet overdreven. Hij kwam niet uit onze kerk.
Hij zat daar een beetje in elkaar gezakt in zijn stoel en staarde naar de vloerbedekking. Uiteindelijk richtte hij zijn hoofd op. Zijn ogen waren bang maar vastbesloten en keken recht in de mijne. Hij begon gelijktijdig te praten en te huilen.
‘Ik ben niet normaal, ik ben niet normaal!’ snikte hij. Telkens weer herhaalde hij het zinnetje. Het was of hij met zijn woorden een zinkend schip probeerde leeg te hozen.

Ik was verbaasd over mijn eigen sterke vooroordelen. Allereerst had ik de neiging om zo snel mogelijk te laten weten dat ik niet zó was. Vervolgens, toen ik mijn stoel naast die van hem wilde zetten en een arm om zijn schouder wilde slaan, voelde ik plotseling lichamelijke weerzin en angst, en ik bleef zitten waar ik zat.

‘Ik ben naar bijeenkomsten geweest,’ zei hij, ‘en bijbelstudies enzo. Ze zeiden allemaal dat het één van de meest… de aller… Het staat op het lijstje zonden die maken dat je geen goede christen bent.’
Het wanhopige appèl, dat in zijn stem doorklonk, bracht me van mijn stuk. Ik had helemaal geen slimme ideeën, geen bijzondere kennis of deskundigheid, voors of tegens, geen verboden of geboden, geen bijzondere bemoediging of kritiek.

‘Philip’ zei ik, ‘ik zou willen dat ik je kon zeggen dat ik wist wat je moest doen. Maar dat kan ik niet, want ik weet het niet. Wat ik wel kan doen, is je aan Hem voorstellen, tenminste … als jij dat wilt.. Bedenk, ik heb absoluut geen idee van wat Hij zal gaan zeggen of doen. Ik weet alleen dat Hij het op een of andere manier zal oplossen. Of je ’t nu leuk vindt wat Hij zal zeggen…’
Een sprankje hoop flikkerde op in zijn ogen.

‘Zou Hij met mij willen praten? Ik bedoel, vindt Hij het dan niet erg, dat ik eh… ben zoals ik ben?’
Ik kon een glimlach niet onderdrukken.
‘Hij heeft het nooit erg gevonden, dat ik ben zoals ik ben, Philip. Ik denk dat je maar een poging moet wagen.’
‘Goed’ zei hij, ‘Wanneer?’
Ik maakte een afspraak voor de volgende dag. Philip zou vroeg in de avond naar de kerk komen en een uurtje met Hem alleen zijn. Die avond vertelde ik de Grondlegger hoe zenuwachtig mijn nieuwe vriend was geweest voor de ontmoeting. Hij reageerde nauwelijks. ‘Zou jij dat dan niet zijn?’ zei Hij.

De volgende dag arriveerde Philip vroeger dan afgesproken, wat ik wel had verwacht. Hij was vreselijk zenuwachtig. Hij ging naast me zitten op de eerste rij en streek onafgebroken over zijn broek die angstvallig keurig in de plooi zat.
‘Hij is er zeker nog niet hè?’ vroeg hij.
‘Jawel hoor,’ zei ik, ‘Hij zit daar achter al op je te wachten. We hebben een kamertje voor dit soort gevallen.’ Op het moment dat ik het zei kon ik mezelf wel voor mijn hoofd slaan.
‘… dit soort gevallen?’ vroeg Philip,‘ bedoel je dat er een hoop flikkers te komen om “behandeld” te worden?’
‘Sorry, Philip. Dat bedoelde ik niet. Ik bedoelde gewoon-‘ ‘Goed, laat ook maar, ’t geeft niks…’
Hij stond op.
‘Ik weet niet of ik dit wel kan,’ zei hij, ‘stel je voor dat Hij zegt….’
Hij staarde even voor zich uit en toen, alsof iemand de onafgemaakte vraag had beantwoord, liep hij snel naar de deur die naar achteren leidde.
‘Hier is ‘t, hè?’
Ik knikte. Hij pakte de deurkruk, maar draaide zich nog een keer om naar mij.
‘O ja,’ ik weet niet of je het gek vindt, maar ik heb voor ik hierheen kwam, nog gauw even een briefje achtergelaten bij één van de ouderlingen van mijn kerk. Om hem op de hoogte te brengen. ‘k Weet niet, maar ik had het gevoel dat dat goed was.’
Ik glimlachte en knikte opnieuw. Hij opende de deur, deed een stap voorwaarts, stopte en draaide zich andermaal naar mij om.
‘Trouwens, sorry dat ik net even boos werd.’
Ik werd steeds beter in het glimlachen en bemoedigend knikken. Misschien vond Philip me wel een vriendelijke gek, maar ik maakte hem in elk geval niet ongerust. Hij opende zijn mond opnieuw, alsof hij nog iets wilde zeggen, maar bedacht zich en liep verder terwijl hij de deur zachtjes achter zich sloot. Met een diepe zucht leunde ik achterover. Hij was nu op de juiste plek. Ik kon me ontspannen.

Ik moet in slaap gevallen zijn. Ik werd weer wakker van iemand die overduidelijk zijn keel schraapte. Er stond een man voor me in een blauw pak.
‘Het spijt me dat ik u stoor,’ zei hij, ‘ik ben Maarten van der Steur.’
Hij glimlachte en stak zijn hand uit in de kennelijke veronderstelling dat ik meteen zou reageren. Ik stond op. ‘Eh, sorry,’ zei ik. ‘Ik geloof niet dat ik u …’
‘Philip,’ onderbrak hij mij, ‘ik ben één van de ouderlingen uit Philips kerk. Hij heeft dit briefje eerder op de avond bij mij achtergelaten.’
Enigszins verwijtend vervolgde hij: ‘Ik had liever gewild, dat hij eerst mij om raad had gevraagd, voordat hij contact zou zoeken met… eh… was u dat?
‘Ikke?’ vroeg ik, ‘Eh, ja, inderdaad.’
‘Tja nota bene onze Grondlegger nog wel, die het toch al zo ontzettend druk heeft. Ik denk telkens…’
Ik had barstende koppijn. Dat had ik altijd als ik plotseling wakker werd gemaakt.
‘Weet u meneer Van der Steur, Philip durfde het eigenlijk niet goed aan u te vertellen…’
‘De harde stem onderbrak de mijn weer.
‘De Heilige Schrift laat aan duidelijkheid hierover niets te wensen over. Als Philip me in vertrouwen had genomen, had ik duidelijk en tot in detail aan hem uitgelegd wat hem te doen stond.’
Hij wachtte even en stond blijkbaar te denken.
‘Dacht u dat wij hem zouden veroordelen? Zei hij dat wij hem zouden veroordelen?’
Ik voelde me zwak en nietig tegenover zo’n krachtige persoonlijkheid, tegenover zoveel zelfverzekerdheid. ‘Nou dat heeft hij niet zo gezegd, meneer … eh Van der Steur, maar ik kreeg sterk het gevoel eh… eh…’
‘Ja?’
Nou, weet u … Mag ik ú een vraag stellen?’
‘Zeker. Vraagt u gerust!’
‘Ik vroeg me gewoon af waaróm hij u niet in vertrouwen heeft genomen,’
Nu was het zijn beurt om met de mond vol tanden te staan.
‘Ziet u, ik vraag me af wat hem ervan weerhield om naar u toe te gaan. Waarom vertrouwde hij niemand in zijn eigen kerk. Ik bedoel… waaróm niet?’
Mijn stem werd steeds zwakker, ik herinnerde me opeens dat ik me een week binnenshuis had verborgen, omdat ik niemand durfde te vertellen over mijn probleem dat meer dan levensgroot leek te zijn. Arme Philip. Natuurlijk moest iemand hem ‘duidelijk en tot in detail vertellen wat hem te wachten stond.’ Maar hij had meer nodig. Hij moest vinden wat ik had gevonden. Hij had behoefte aan…
‘Zit hij nu met onze Grondlegger te praten?’ onderbrak Van der Steur mijn gedachten.
‘Eh, ja, daarachter. Ze zullen zo wel klaar zijn,’ zei ik, ‘Wilt u wachten? Da’s geen enkel probleem hoor!’ Hij staarde me even aan. Daarna beende hij in diepe gedachten verzonken in de richting van de deur. Halverwege het middenpad stopte hij en draaide zich naar mij om. Zijn stem galmde weer door de kerk.
‘Ik weet zeker, dat als Philip zo terugkomt, hij precies weet hoe ernstig de zaken ervoor staan. Ik veroordeel hem niet. De schrift veroordeelt de zonde, niet de zondaar. Het afgelopen uur zal Philip van de hoogst mogelijke instantie hebben gehoord, dat de Ware Christen niet meer hoeft te zondigen. En hij moet leren in die waarheid te leven tot zijn geloof wordt bewezen door de verandering die in hem plaatsvindt.’
Ik weet niet wat ik zou hebben geantwoord op deze preek. Het was misschien maar goed dat Philip net op dat moment de kerk weer binnenkwam. Hij moest wel even slikken, toen hij Van der Steur zag.
‘En, Philip?’ De stem van de ouderling klonk vol verwachting: ‘Wat had Hij te zeggen?’
‘Hij zei, dat Hij hoopte hier lang genoeg te zijn om een serie van vijftig te scoren bij snooker.’
Hij zag de verwarring op ons gezicht.
‘Ja ziet u, ik speel namelijk nogal veel snooker.’
Van der Steur vond dit klaarblijkelijk een opzettelijke oneerbiedigheid.
‘Dát bedoel ik niet!’ zei hij, ‘Je weet best wat ik bedoel. Wat zei Hij over… eh… jouw probleem?’
Philips gezicht stond weer ernstig.
‘O ja, dá’s waar ook! Nou eigelijk hebben we het daar maar even over gehad. Hij zei dat het erg belangrijk was dat we daar een oplossing voor zouden vinden. We gaan er volgende week weer over praten.
‘… het er maar even over gehad?’ Het blauwe pak klonk ongelovig: ‘Waar hebben jullie het dan een uur lang over gehad?’
De herinnering bracht weer een voldane glimlach op Philips gezicht.
‘Hij wilde meer over mij weten;  wat ik doe; wat me bezighoud, en meer van dat soort dingen. Het leek Hem echt te interesseren.

Even was iedereen stil, tot Philip op zijn horloge keek.
‘Ik moet er maar weer eens vandoor,’ zei hij.
Hij gaf mij een hand.
‘Bedankt.’
Ik denk dat hij het meende.
‘Tot morgen, Maarten. Ik kom wel even langs en dan kunnen we nog even verder praten. Goed?
‘Goed,’ kon Maarten van der Steur met moeite uitbrengen.
Vlak voor hij de kerk verliet, draaide Philip zich nog één keer om en riep vrolijk naar ons,
‘Weet je… ik denk dat Hij me echt mag! Tot kijk!’ 

Uit: Het Bezoek, Adrian Plass

Hidden Hands

Gezondheid

Je geaardheid niet verbergen is gezond; je fouten en hebbelijkheden naar buitendragen… zonder gêne…. dat is een goede methode om spanningen (stress, frustraties) te voorkomen. Het is buitengewoon belachelijk hoe mensen tegenover elkaar hun zwakke karaktertrekken proberen te verbergen, en dat een leven lang volhouden. Dat is nergens goed voor. Niet voor de anderen, noch voor jezelf. We weten immers heel goed dat de mens geen volmaakt schepsel is - en dat fouten en hebbelijkheden bij ons horen. Ik hoor graag mensen openlijk vertellen dat ze angst hebben voor iets, en dat ze dat vervelend vinden, en ik ben er zeker van dat die openheid oplucht en ook de mogelijkheden schept om er onmiddelijk met anderen over te spreken. Het op-potten van dit soort gevoelens lijkt mij alleen maar de innerlijke spanningen te vergroten.

Toon Hermans

12/26/2011 (1:41pm)

Vriendschap - Bijbelstudie 1 Samuël 18-20

18 

Jonatan, die bij dit gesprek aanwezig was, voelde zich meteen sterk tot David aangetrokken en vatte een innige vriendschap voor hem op. Saul nam David vanaf die dag bij zich en liet hem niet meer teruggaan naar zijn ouderlijk huis. En Jonatan, die David zo lief had als zijn eigen leven, sloot vriendschap met hem: hij deed zijn mantel af en gaf die aan David. Ook gaf hij hem zijn uitrusting, tot en met zijn zwaard, zijn boog en zijn koppelriem.

18:1
Hoe ontstaat vriendschap? 
Doordat Jonathan David hoorde spreken en zijn omgang met God ziet, zijn nederigheid.

Wat is ware vriendschap?
‘De ziel van Jonathan werd verknocht aan die van David’. Ware vriendschap is dus een verbinding van twee zielen, d.w.z. met de kern van hun leven aan elkaar verbonden zijn.
 

18:2
De band wordt steeds hechter omdat Saul David aan het hof laat blijven. Zo sterk ervaren ze die vriendschapsband dat ze tegen elkaar uitspreken hoeveel waardering ze voor elkaar hebben en ze beloven elkaar trouw. 

18:3
Ze sluiten een verbond. 
Het is voor anderen aan het hof wel duidelijk hoe nauw die vriendschap is: David draagt immers Jonathan´s kleding! (Het schenken van kleding is in het verre oosten een teken van bijzondere vriendschap.)

18:4 
Delen wij ook met onze vrienden? 
Samen iets bezitten (wat van mij is, is van jou) is een teken van vriendschap. Vaak maakt hebzucht of een te grote waarde hechten aan spulletjes veel kapot.

 

19

Toen riep Jonatan David en vertelde hem hoe het gesprek verlopen was. Hij bracht David bij Saul en David kwam weer aan het hof wonen, zoals eerst.

19:7
Lees hoe Jonathan David verdedigd en beschermt tegen zijn vader, hoe de trouw aan David sterker is dan het eigenbelang. Bedenk bij het lezen van deze gedeelten steeds: Jonathan wist dat niet hij, maar David de opvolger van Saul zou zijn. David zou hem alles ontnemen, zijn eer en zijn koningsschap. En toch was er geen sprake van jaloezie, maar alleen van wederzijdse bewondering. Jaloezie maakt veel vriendschappen kapot en is er de oorzaak van dat iemand helemaal geen vrienden krijgt.

 

Jonatans verbond met David

20

David maakte dat hij uit het profetenhuis in Rama wegkwam. Hij ging naar Jonatan en vroeg hem: ‘Wat heb ik toch verkeerd gedaan? Waaraan heb ik me schuldig gemaakt? Wat heb ik je vader misdaan, dat hij mij wil doden?’ ‘Er is geen sprake van dat jij moet sterven,’ antwoordde Jonatan. ‘Mijn vader doet immers nooit iets zonder mij in vertrouwen te nemen, al is het nog zo onbelangrijk. Zou hij dan zoiets voor mij verborgen houden? Dat bestaat niet!’ Maar David hield vol: ‘Je vader weet heel goed dat jij op me gesteld bent. Daarom denkt hij: Jonatan mag dit niet te weten komen, het zou hem maar verdriet doen. Maar ik zweer je, zo waar de HEER leeft en zo waar jij leeft, Jonatan, ik ben maar één stap van de dood verwijderd.’ 

 

 

20:1-4
Jonathan heeft alles over voor zijn vriend: ’Wat begeert gij? Ik zal het voor u doen’. En dit zegt hij, terwijl hij weet dat David de opvolger van zijn vader is. ‘de HERE moge met u zijn, zoals Hij met mijn vader is geweest’ (vers 13; zie ook 1 Samuël 23:16+17). Sommige vrienden verlaten ons wanneer we in moeilijkheden raken, de band tussen David en Jonathan werd steeds sterker. Wat is het geheim van hun vriendschap ten diepste?

 

16 Jonatan sloot een verbond met het huis van David met de woorden: ‘Moge de HEER je daaraan houden.’http://www.biblija.net/images/opomba.gif  17 Vervolgens liet hij David dit bekrachtigen met een eed op hun vriendschap, want hij had David lief als zijn eigen leven. 

 

  23 En bij alles wat we nu hebben afgesproken, jij en ik, is de HEER onze getuige.’

 

20:16, 17, 23 
De eenheid die ze in God hadden: ’De Here is tussen u en mij’ (Zie ook vers 8:’Gij (Jonathan) hebt met uw knecht bij de Here een verbond gesloten’). Dat was de basis van hun vriendschap. Ze hadden samen één doel: God te dienen.
 
Zo op het oog hadden ze niet veel gemeen: de één een koningszoon, de ander een herdersknaap. Maar Jonathan verdraag alles. En David, hoewel hij weet dat hij de koning zal zijn, behandeld hem niet uit de hoogte, maar geeft hem de eer van een koningszoon (20:41).

Het tweede deel van hun geheim is: ze hadden elkaar lief als zichzelf, ze bewonderde elkaar, prezen elkaar, bemoedigde elkaar.

 

32 ‘Maar waarom moet hij sterven?’ vroeg Jonatan. ‘Wat heeft hij dan gedaan?’  33 Daarop slingerde Saul zijn speer naar Jonatan in een poging om hem te treffen. Toen begreep Jonatan dat zijn vader vastbesloten was om David uit de weg te ruimen. 34 Woedend liep hij van tafel weg, zonder dat hij die tweede dag van het nieuwemaansfeest iets gegeten had, want hij maakte zich zorgen om David en was gegriefd omdat zijn vader hem zo beledigd had.

20:32-34
Welke risico’s neemt Jonathan niet door het voor David op te nemen! Saul scheldt hem uit (vers 30) en probeert hem hier zelfs te doden. Jonathan scheldt niet terug, hij probeert integendeel een goed zoon voor zijn vader te zijn.

 

41 Zodra de jongen weg was, kwam David van achter de rotsblokkenhttp://www.biblija.net/images/opomba.gif tevoorschijn, knielde neer en boog driemaal diep voorover. Ze kusten elkaar terwijl hun de tranen over de wangen liepen, tot Jonatan zich vermande 42 en zei: ‘Vaarwel. Onthoud wat wij tweeën elkaar bij de naam van de HEER gezworen hebben en dat wij en onze nakomelingen daar voor altijd aan gehouden zijn. De HEER is onze getuige.’

 

20: 41+42
Ze delen alles, ze geven zich helemaal en schamen zich niet tegenover elkaar om hun emoties te uiten. Je moet elkaar echt vertrouwen om dit te kunnen doen. Veel mensen ontvangen geen vriendschap omdat ze zich niet durven geven of willen geven, niet willen laten zien dat ze iemand nodig hebben.

 

Prediker 4:9-12

Beter met zijn tweeën dan alleen

Ik vestigde mijn aandacht op nog iets anders onder de zon, en ook dat is leegte. Iemand is helemaal alleen. Hij heeft zelfs geen zoon of broer, maar toch zwoegt hij almaar door en wordt zijn dorst naar rijkdom nooit gelest. Voor wie beult hij zich zo af en ontzegt hij zich de genoegens van het leven? Ook dat is enkel leegte en een trieste zaak. Je kunt beter met zijn tweeën dan alleen zijn, want – dat is zeker – samen zwoegen loont. 10 Wanneer twee vrienden samen zijn en een van beiden valt, helpt de ander hem weer overeind, maar wie alleen is en ten val komt is beklagenswaardig, want hij heeft niemand die hem op de been helpt. 11 Wanneer je bij elkaar slaapt, geef je warmte aan elkaar, maar hoe krijgt iemand die alleen slaapt het ooit warm? 12 En iemand die alleen is kan zich niet verdedigen wanneer hij aangevallen wordt, maar met zijn tweeën houd je stand. Een koord dat uit drie strengen is gevlochten, is niet snel stuk te trekken.